Wat is het verschil tussen OK klasse 1, 1+ en klasse 2?

Schematische doorsnede van drie operatiekamers: klasse 1+ met ISO 5 in rust in het beschermd gebied en minimaal 20 luchtwisselingen per uur, klasse 1 met ISO 7 in rust en minimaal 20, klasse 2 met ISO 7 in rust en minimaal 6, met hersteltijd en aantal zones per klasse

Klasse 1+ stelt de zwaarste eisen aan de lucht in een operatiekamer, klasse 2 de lichtste. Dat ligt vast in de Nederlandse richtlijn Luchtbehandeling in operatiekamers en behandelkamers (2022). Welke ingreep in welke klasse thuishoort, bepalen het ziekenhuis en de wetenschappelijke verenigingen.

Wat die keuze betekent voor de bouw van een operatiekamer, ziet u vooral op de plattegrond. In het aantal zones, in de deuren en in alles wat in het plafond en de wanden wordt ingebouwd.

De minimumeisen per klasse

De richtlijn geeft per klasse minimumcriteria. Strengere waarden mogen, maar zijn volgens de werkgroep niet aantoonbaar beter voor het voorkomen van wondinfecties.

Tabel minimumeisen per OK-klasse: klasse 1+ minimaal 20 luchtwisselingen, ISO 5 in rust in het beschermd gebied, hersteltijd tot 3 minuten, 3 zones; klasse 1 minimaal 20, ISO 7, tot 20 minuten, 3 zones; klasse 2 minimaal 6, ISO 7, 2 zones; alle klassen HEPA H13
Tabel 1: Minimumeisen per OK-klasse volgens de richtlijn Luchtbehandeling in operatiekamers en behandelkamers (2022).

Voor alle drie de klassen geldt een richtinggevende temperatuur van 18 tot 23 °C en een relatieve vochtigheid onder 65%. ISO 7 geldt voor de hele operatiekamer. Bij klasse 1+ moet daarnaast het beschermd gebied ISO 5 halen: minimaal het operatiegebied, het chirurgisch team en de instrumententafels.

Die 20 luchtwisselingen per uur zijn in Nederland de ondergrens uit de richtlijn. Internationaal wordt vaak 15 tot 20 per uur aangehouden; ook de richtlijn noemt die bandbreedte. Het verschil lijkt klein, maar het bepaalt hoe groot de luchtbehandelingskast, de kanalen en de technische ruimte worden, en hoeveel energie de OK elk jaar verbruikt.

Ga daarom niet automatisch uit van 20 luchtwisselingen, en zeker niet van een ruime marge daarboven. Laat een onafhankelijke installatieadviseur beoordelen wat het operatieprogramma werkelijk vraagt, en maak de afweging bewust: infectiepreventie, energie, milieu, investering en ruimtebeslag. Kiest het ziekenhuis voor minder dan de richtlijn, dan hoort daar een onderbouwing bij, samen met de deskundige infectiepreventie.

Goed om te weten: de luchtwisselingen hoeven niet allemaal verse buitenlucht te zijn. Gerecirculeerde, gefilterde lucht telt mee, en dat scheelt al veel energie.

Twee dingen vallen op. De richtlijn schrijft geen type luchtinblaassysteem voor. Een mengend of een verdringend (unidirectioneel) systeem mag allebei, zolang het de criteria haalt. Vergelijkend onderzoek liet geen overtuigend verschil in wondinfecties zien.

En klasse 1+ is een keuze voor een beperkte groep ingrepen. De Nederlandse Orthopaedische Vereniging heeft voor grote gewrichtsvervangende operaties, zoals heup, knie en schouder, de voorkeur voor klasse 1+. Tegelijk vraagt klasse 1+ de meeste energie. Niet elke OK hoeft dus 1+ te zijn.

Het verschil op de plattegrond: zones

Klasse 1 en 1+ werken met drie zones die in zuiverheid aflopen ten opzichte van de rest van het gebouw. Klasse 2 heeft er twee. De lucht stroomt van de schoonste ruimte naar de minder schone.

Zone A is de operatiekamer met de opdekruimte. Ruimten als holding, verkoever en kleedruimten kunnen zone C vormen en daarmee ook als sluis naar de rest van het ziekenhuis dienen. Deuren van de operatiekamer mogen alleen uitkomen op zone A of B.

Hier zit de reden waarom later opwaarderen zelden meevalt. Een klasse 2-OK naar klasse 1 brengen is niet alleen een kwestie van meer lucht inblazen. Er moet een zone bij, en die zone is een ruimte met wanden, deuren en een plek op de plattegrond.

Twijfelt het ziekenhuis of het operatieprogramma de komende jaren verandert? Dan is het verstandig die ruimte in het eerste ontwerp al te reserveren. Achteraf gaat dat ten koste van andere functies op de afdeling.

Wat de klasse vraagt van wanden, plafond en deuren

De eisen aan de afwerking zijn voor alle klassen gelijk. Vloer, wanden en plafond zo glad, naadloos en gesloten mogelijk, met vloeiende overgangen, zodat er effectief gereinigd en gedesinfecteerd kan worden.

De richtlijn heeft een voorkeur voor een doos-in-doos-constructie: een eigen luchtdichte schil binnen het gebouw. In een OK-plafond zitten altijd openingen voor pendels en lampen, en geen afdichting is perfect. Daarom moet boven het verlaagde plafond een lagere druk heersen dan in de operatiekamer.

Wij bouwen die binnenschil met een modulair cleanroomwandsysteem. De ruimte tussen beide schillen blijft vrij voor kanalen, leidingen en kabels. Zo kan onderhoud grotendeels plaatsvinden zonder in de schone ruimte te werken.

Deuren zijn het punt waar ontwerp en gebruik elkaar het vaakst tegenspreken. Meer drukverschil lijkt veiliger, maar de richtlijn gaat uit van de stromingsrichting. Bij 5 Pa of meer mag worden aangenomen dat er een luchtstroom is. Wordt het verschil hoger ingesteld dan nodig, dan merkt het OK-team dat aan hermetische deuren die zwaar openen of niet goed in de dichting vallen.

Ook wat in de ruimte hangt of staat, telt mee. Apparatuur beïnvloedt de luchtstroming, vooral bij een verdringend systeem. In een klasse 1+ OK, waar het beschermd gebied ISO 5 moet halen, weegt dat het zwaarst.

Wat in de wand kan, hoeft dus niet in de ruimte. Denk aan een werkstation dat vlak in de wand is ingebouwd, of doorgeefkasten die de logistiek scheiden zonder extra deurbewegingen. Wordt de OK later mogelijk hybride, neem dan ook de stralingsbescherming in de wanden mee in het eerste ontwerp.

Een klasse is een prestatie, geen product

Een operatiekamer is niet klasse 1+ omdat er een bepaald plafond in hangt. Ze is het omdat ze de criteria aantoonbaar haalt. Dat begint bij een meting in rust bij oplevering en houdt daar niet op.

De richtlijn vraagt om signalering in de OK, een luchtbeheersplan en een nieuwe bepaling van hersteltijd en ISO-klasse na aanpassingen aan het systeem. Elke latere wijziging kan de prestatie raken: een extra pendel, een nieuwe doorvoer, een andere deur. Plan na zo’n wijziging dus opnieuw een meting in.

Een veelgehoord misverstand: de hersteltijd is geen verplichte wachttijd tussen twee ingrepen. Het is een maat voor hoe snel het systeem een verstoring wegwerkt.

Waar wij bij helpen

Ropasystems realiseert de schone schil van operatiekamers. In onze eigen werkplaats maken we wanden, werkstations en doorgeefkasten, en ook de luchtkanalen, filterbakken en roosters die in de wand worden opgenomen. Plafonds en OK-deuren nemen we mee in ons ontwerp; ze worden in onze opdracht geleverd door gespecialiseerde partners. Zo sluit de luchtbehandeling van de installateur naadloos aan op de schil.

Het liefst zitten we al vroeg in het traject aan tafel met het ziekenhuis, de installatieadviseur en de installateur. Dan delen we onze kennis en ervaring op het moment dat keuzes nog eenvoudig te maken zijn, en komen we samen tot een OK-ontwerp dat op papier én in het dagelijks gebruik klopt.

Twijfelt u tussen klasse 1 en 2, of tussen nu bouwen en later opwaarderen? Leg uw plattegrond aan ons voor. We laten zien waar de zones, deuren en sluizen komen en wat een latere opwaardering bouwkundig vraagt.

Meer over alle eisen aan een operatiekamer leest u in Wat zijn de eisen voor een operatiekamer?

Gerelateerde artikelen

Share Post: